Soms is het stil en hoef je niks te zeggen om te weten wat je voelt. Wanneer de mensheid zijn duisterste kanten laat zien, en de stilte valt, voel ik een oplettendheid, wetende dat ook ik overmeesterd zou kunnen worden door de donkerte van het kwaad. En zodra je niks meer bent dan datgene wat je denkt te zijn, en je de demonen verward met waarheidssprekers, dan zal je in staat zijn om de ander zijn mensheid te kunnen ontnemen. Op geniepige wijze kan zoiets kleins als een geloof dat iets nou eenmaal zo is, de kracht van reflexiviteit ontdoen van zijn helende potentie. Wanneer de balans kwijtraakt en de realiteit nog maar één waarheid kent, dat is waar genocide start. Niet bij de druk op de knop, niet bij het overhalen van de trekker. Nee, bij een simpele overtuiging dat iets mogelijk is. Daarom voel ik de plicht om ten allen tijde mezelf verantwoordelijk te houden voor het behouden van dat balans tussen weten en niet-weten. Hoe hopeloos alles ook lijkt, wij als mensen hebben altijd nog de mogelijkheid om te veranderen wat we zeggen. Tegen onszelf, en de ander. Laten we daar maar eens beginnen.
Stilte… Na het einde van de documentaire NAZA werd die gevuld met een gevoel van onmacht en puur verdriet. Verbijsterd en in shock, voelde ik me zo nietig in het beeld dat geschetst werd door de Israëlische inlichtingenofficieren en militairen over hun werkwijze in de genocidale ‘missie’ op het Palestijnse volk. Ik voelde me niets en alles tegelijkertijd. Zelden was de absurditeit van wat ik zag op een filmdoek zo impactvol als nu. Emotioneel was ik weggeblazen. In die kolk van woede, onbegrip en waanzin over hoe dit allemaal mogelijk is, van wat ik zojuist heb gezien, kon ik dan ook niks anders dan stil zijn. Heel soms voel ik als mens dan ook de behoefte om de kans aan te grijpen om de ruimte, zowel de bioscoopzaal als mijn innerlijke gemoedswereld, die zo verschrikkelijk leeg voelt, te laten voor wat het is. Het duiden voelt overbodig, want het gevoel overheerst. En dat gevoel was heel, heel, heel leeg. Hoewel ik kopje onderging en de zwaarte van de film mij liet trekken in de leegte, kwam ik niet veel later tot bedaren. Snakkend naar adem weet ik: ik heb een taak. Wat ik zojuist heb gezien en ervaren, hier in deze veilige bioscoopzaal, mag niet opgesloten blijven in deze ruimte. Mensen moeten begrijpen dat wat hier gebeurt een ieder van ons aangaat.
Voordat de documentaire begon, was ik vrijwel onwetend over wat ik de aankomende 1 uur en 20 minuten zou gaan zien. Ik had verwacht geconfronteerd te worden met dezelfde dosis visueel geweld als in de docu No Other Land, geproduceerd door dezelfde makers van deze film. Maar dat bleek een misvatting te zijn. Wat mij voorgeschoteld werd, waren gesprekken over hoe een systematische uitroeiing van een volk werd mogelijk gemaakt dankzij een geloof in de rechtvaardiging daarvan. Niet eens door de moord te legitimeren door bloeddorstige oorlogsverhalen die je gewend bent van ‘het front’, maar door het te zien als een koude daad van technisch vernuft (ter verduidelijking: er is geen goed of fout op het gebied van doden, alleen maar fout). Een daad waarover gelachen en gesproken wordt over hoe burgerslachtoffers geen mensen zijn maar poppetjes in een videogame. De manier waarop de geïnterviewden vertelden over hun precisieaanvallen op Gazaanse flatgebouwen met als gevolg honderden onschuldige doden, leek akelig veel op hoe jonge gamers praten over hun kills in Call of Duty of Fortnite. De genocide op het Palestijnse volk werd letterlijk verteld alsof het een game was die gespeeld werd. Het moorden werd simpelweg gezien als iets dat ‘hoorde te gebeuren’ in het grotere geheel der dingen. Dit kon dankzij een cognitief, emotioneel en fysiek distantiëringsproces dat op zichzelf werd mogelijk gemaakt door het gebruik van kunstmatige intelligentie en technologieën (interfaces van platformen) die het menselijke karakter van het slachtoffer deed verdwijnen.
Met elk verhaal voelde ik me leger en leger worden. De koelbloedigheid waarmee een militair vertelde over hoe hij kinderen vermoorde, omdat dat deel uitmaakte van ‘de missie’, voelde zo zielloos dat het daadwerkelijk leek alsof hij praatte over een of ander fictief karakter. Door het hacken van telefoons kon de inlichtingendienst Hamas-strijders opsporen en ‘uitschakelen’. In dat proces kon een militair die de data kreeg via de inlichtingendienst zien wie zijn target was. Via beeldschermen ontving hij foto’s van families. Een lachende vader met zijn dochters op een balkon. Het was voor hem niks meer dan een interface op een computerscherm. Een paar verlichte pixels, samen met doordrenkte haat en een goede dosis adrenaline, zouden van het slachtoffer, en de vele andere onschuldige doden, niks anders maken dan nog een kill, nog een nummertje om af te vinken, nog een obstakel minder. Tussen het vergaren van de informatie over het doelwit, het plannen van een moordpoging en de daadwerkelijke executie daarvan, leek er geen teken van menselijkheid te zijn in het appartement in Gaza. 60 kilometer van het kantoor vandaan waar de actie werd uitgevoerd in Tel Aviv zou het doelwit gerechtvaardigd vermoord mogen worden evenals zijn familie en zijn buren. Vaak was het dan ook nog eens het geval dat het doelwit niet geraakt werd. Immers was hij te vinden op het strijdfront, niet thuis in bed. De knulligheid daarvan is oké als je veilig achter je monitor op je slaapkamer kunt verschuilen, wetende dat je mislukte moordpoging zojuist plaats heeft gevonden in een virtual world. Echter heb je zojuist een heel appartementencomplex aan flarden gebombardeerd, nog geen 2 uur rijden van waar je de actie hebt uitgevoerd.
Een aantal slimme Israëlische technici, die een hooggeplaatste baan bij de inlichtingendienst hadden wisten te bemachtigen, mochten dus bepalen of hele families uitgeroeid konden worden of niet. De kunstmatige intelligentie en zijn algoritmes, die als uiterst efficiënte mechanismen werden aanschouwd, mochten met kansberekeningen bepalen hoe groot de schade zou zijn. Het laten vallen van een bom werd nu simpelweg bepaald door een wiskundig gedreven hulpmiddel, dat geen enkele verantwoordelijkheid hoefde af te leggen voor de rol die het speelde in het genocidale geweld dat het mogelijk maakte. Artificial Intelligence werd de nieuwe waarheidszegger, de alwetende, en daarom konden degenen achter de knoppen in Tel Aviv het “leuke werk” doen van het executeren. Genocide plegen was nog nooit zo makkelijk, nog nooit zo hilarisch. De manier waarop een Israëlische militair vertelde over hoeveel lol hij had in het uitroeien van een volk liet zien dat je in de 21e eeuw van systematisch moorden een hobby kan maken zonder ook maar een bloedspetter op je shirt te krijgen. “Mijn taak was puur technisch. Ik hoefde mijn daden niet moreel te rechtvaardigen”, zei een militair in de film over zijn acties. En precies dat is waarom een term als ‘NAZA’, die verwijst naar de nevenschade (ingecalculeerde burgerslachtoffers) die een bombardement zou aanrichten, een tastbare realiteit kon aannemen waar naar gehandeld kon worden.
In de wereld van technici, waarin zij zichzelf ontdoen van morele verantwoordelijkheid, blijft er niks anders over dan een speelveld dat geprogrammeerd kan worden; een werkelijkheid die geen gevoel kent, immers is alles te reduceren tot de koude kunst van een taak goed uitvoeren, en de techniek op een juiste manier gebruiken. In exact zo’n wereld is het ook mogelijk om over een ‘missie’ te spreken die voltooid kan worden, in plaats van een ‘genocidale campagne waarin tienduizenden onschuldige slachtoffers zullen worden uitgemoord’. Zodra zoiets complex als een militaire campagne, waarmee duizenden onschuldige burgers gemoeid zijn, uitgevoerd kan worden door een kleine groep technici, loert dehumanisering al vrij snel om de hoek. Dat wil niet zeggen dat technici niet de mens in de ander kunnen zien, maar eerder dat in een situatie waarin hun afgezonderde expertise het enige is wat nodig is om een militaire actie uit te voeren, dat kan leiden tot het idee dat het enige wat ertoe doet, tijdens oorlog, technologische efficiëntie is. Het gevoelsaspect, de sociale omvang en de historische context worden zo allemaal tenietgedaan in het overwegingsproces of een militaire actie ook daadwerkelijk wel mag of kan gebeuren, al gaat het om het morele vraagstuk daarvan.
Toen de documentaire afgelopen was, voelde ik me vervreemd van alles wat ik zojuist had gezien. Niet alleen door de taal die gebezigd werd door de geïnterviewden, maar ook vooral door de manier waarop ze de wereld zagen. Als iets dat gecontroleerd kan worden van achter een computerscherm, door middel van algoritmes en AI waarin een ideologisch, politiek gedreven missie een extra gouden randje kan geven aan dat wereldbeeld. In dit beeld was de hele wereld ontdaan van zijn complexiteiten, van het idee dat er ook nog andere manieren van kijken waren die het recht hebben om te bestaan, en dat mensen meer zijn dan alleen het kwaad dat de een op de ander projecteert.
Achteraf was het lege gevoel waarmee ik in mijn bioscoopstoel gedrukt zat misschien wel het gevolg van hoe onttoverd de wereld was die de vele Israëliesche geïnterviewden hadden geschetst. Het was een wereld die bestond uit zwart en wit, goed en slecht, geluk of depressie, wraak of verlies. Tussen die werelden was er geen ruimte voor nog duizend andere werelden die in hun botsingen tot frictie leiden en vervolgens een rijk gevulde, en vooral diverse culturele aarde mogelijk maken. Nee, het was het een of de ander, en zodra je je identificeerde met het een, moest de ander wijken en het liefst totaal vernietigd worden. Zo’n binaire wereld leek niet te kloppen met wat er in de lijven van de geïnterviewden plaatsvond. Een mix van woede, geluk, verdriet en verbinding zorgde ervoor dat zij hun Israëlische droom konden nastreven, een die gebouwd is op de destructie van de Palestijnse droom. De woede van 7 oktober werd gezien als een signaal dat daar wat mee gedaan moest worden. Deze woede zou als resultaat hebben dat de eigen complexe werelden van vele Israëliërs, waaronder die van de mensen uit deze docu, alleen begrepen konden worden in een simpele binaire wereld. Het was jij of de ander.
Nu de laatste credit was afgespeeld, kon ik niet anders dan nadenken over wat voor rol ik heb in wat ik zojuist had gezien. Ratelende wanhoop raasde door mijn geest heen, denkende dat ik als individu niks kan betekenen tegenover de grote elites die al het geweld in stand houden waar ik zojuist naar had gekeken. Niet veel later, al wandelend door het park, klaarde deze wirwar aan emoties op. De zwaarte van de leegte had plek gemaakt voor een besef dat ook ik verantwoordelijkheid draag in het voorkomen van wat zich had afgespeeld op het filmdoek, en wat zich nog altijd afspeelt in Palestina. Genocide begint bij het moment dat geloof de sleutel geeft tot een totaal overheersend perspectief. Zodra men dat over het hoofd ziet, zal dat wel eens de laatste sleutel zijn geweest tot een nieuwe wereld.
Terwijl de magie van het ongemak van nederigheid en de twijfel die het erkennen van complexiteit met zich meebrengt, zoveel moois te bieden hebben, zou je de onbewuste capitulatie tot het allesoverheersende wereldbeeld wel eens kunnen zien als ontologische zelfmoord. Je laat de zelf letterlijk niet meer toe om andere werkelijkheden te ontdekken. Wat er overblijft is een wereld waarin controle de enige manier is om jezelf te redden, immers zal alles zich moeten vormen naar jouw visie op de realiteit, naar jouw doel. En in de wereld van de Israëlische militairen en inlichtingenofficieren kon het voortbestaan van hun wereld mogelijk gemaakt worden door een druk op de knop. En deze druk op de knop was doordrenkt van zelfverzekerdheid, denkend dat AI en alwetende algoritmes jouw snakkende behoefte aan controle en veiligheid met 95% accuratie konden waarmaken. Vliegend in elkaars armen van vreugde na een succesvol bombardement, wetend dat de ander er niet meer is, zal de rouw van een ziel die roept naar vergiffenis en een uitgang uit de gewelddadige dualiteit, tijdelijk verlammen. Maar nooit zal die ziel volledig tot rust komen.
Moge een ieder vrede kennen.
Free Palestina!
Reactie plaatsen
Reacties