[telefoon gaat over, na lang gewacht te hebben]. Ha mam! Ik dacht ik bel je weer eens even. Ik wilde het hebben over het volgende:
Waarom zouden we het ooit nog moeten hebben over de doden? Ja jeweetwel, de mensen die er niet meer zijn? [dan begin ik in mezelf na te denken]
De lach.
Haar gekietel.
D'r gekke trekjes.
Het zachtje huidje.
Haar typische zoete geur.
Vaak hebben we het over hoe jij er nu in staat, als levend lijf, levende geest.
Maar zelden hebben we het over de doden. Zelden benoemen we hoe iemand was toen zijn of haar lichaam nog in ons bijzijn was. Ik pleit om het vaker over de doden te hebben, benoem eens wat je echt mist, diep in je hart. Is het de manier waarop je werd geknuffeld of een dikke smak op je wang kreeg? Durf het te zeggen, eerst in jezelf, dan tegen een ander. Want als men daarvoor terugdeinst en er geen ruimte aan durft te geven, wat blijft er dan over van degene die we ooit zo liefhadden? Het delen van herinneringen zal dan ook na eigen weten de doden doen levend maken.
Reactie plaatsen
Reacties